Jammer maar helaas
Gisteren werd bekend dat kunstenaar, programmamaker en stemacteur Wim T. Schippers is overleden.
Zeven jaar geleden heb ik bij een tentoonstelling in
Schiedam nog zijn pindakaasvloer gezien. De foto's ben ik - door een
defecte mobiele telefoon - kwijtgeraakt. Jammer, maar helaas (wat een
uitspraak is die door Wim T. Schippers is bedacht). Bij de
tentoonstelling stond ook een televisiescherm met de u misschien
bekende opname van hoe hij flesje limonade bij Petten in zee goot.
Zijn kunst was ontregelend, door zichzelf soms "waarachtig oninteressant" genoemd.
In de door hem geregisseerde televisieprogramma's
moest
ook het liefst iets verkeerd gaan. Hij zei in een interview, dat de
natuur via evolutie ook alleen maar vooruit gaat omdat er constant
kleine foutjes gemaakt worden.
Pas met het maken van fouten wordt iets interessant.
Dat soort conceptuele kunst vind ik interessant.
Nu is Wim T. Schippers dood. Jammer, maar helaas.
16 juni 2026,
Steven Verhelst
Krentenbaard en Flucloxaciline
In de klas van een van mijn kinderen gaat impetigo (misschien beter
bekend als krentenbaard) rond. Het is een bacteriële infectie op
de huis die zich voordoet als bultjes met een oranje-achtig korstje op
het oppervlak. Het doet zich wel op de kin voor (vandaar:
krentenbaard), maar ook op andere delen van het lichaam.
In de apotheek kreeg ik een flesje met het antibioticum
flucloxaciline - dat kende ik toevallig, want een paar maanden eerder
heb ik een college gegeven aan geneeskunde studenten over de klasse van
zogenaamde beta-lactam antibiotica. Sommige bacteriën raken
resistent doordat zij een enzym vergaren dat het lactam kan afbreken.
Flucloxaciline is een stof die nog wel de bacterie doodt, maar die niet
meer herkend wordt door dit enzym.
Als kind had ik ooit krentenbaard, meen ik me te
herinneren. Waarschijnlijk heb ik zelf ook toen dit antibioticum
gekregen, want het is in 1962 al gepatenteerd.
Hoe het verder zit met de ontwikkeling van antibiotica?
Bij farmaceutische berdrijven niet erg goed, want met het ontwikkelen
van nieuwe antibiotica is momenteel niet veel geld te verdienen, omdat
ze alleen bij de hoogste nood ingezet mogen worden. Waarschijnlijk
moeten we wachten op een uitbraak van een gevaarlijke en resistente
bacterie voordat daar verandering in komt.
11 juni 2026,
Steven Verhelst
Sehnsucht
Gisteren had ik een onbestemd gevoel, en er bestaat geen Nederlands
woord voor. Iets missen en je weet eigenlijk niet wat.
Sehnsucht, zoals het zo mooi heet in het Duits.
Ik verruilde de nostalgische CD in mijn stereo voor Sehnsucht van Rammstein. Want
Sehnsucht ist so grausam!
9 juni 2026,
Steven Verhelst
Rick de Leeuw
Rick de Leeuw was de zanger van de legendarische (dat mag ik zeggen?)
rockband Tröckener Kecks. De Kecks bestond van 1980 tot 2001.
Na het uitkomen van wellicht hun beste album TK vonden een paar
bandleden dat het welletjes was.
De Leeuw was inmiddels als schrijver gedebuteerd met de
roman De laatste held. Sinds 2016 woont De Leeuw in Vlaanderen, waar
hij momenteel meer bekendheid geniet dan in Nederland. Vandaag gaf hij
in de serie "wandelconcerten" van het provinciaal domein
Kessel-Lo een optreden, nog geen halve kilometer bij mijn huis vandaan.
Ik was een grote Kecks-fan. Ik heb bijna al hun albums, als CD, of
opgenomen op cassettebandje, en vroeger had ik er ook een paar op LP,
die helaas op mysterieuze wijze zijn verdwenen. In 2001 werd de
afscheidstournee van de Tröckener Kecks afgesloten in LVC te Leiden, waar ik toen woonde. Ik
was te laat om een kaartje te bemachtigen, en heb de band daarom nooit
live kunnen zien.
Dus ging ik naar het optreden van Rick de Leeuw,
gisternamiddag. Dat was maar negen euro, en dan kreeg je er nog een
gratis biertje bij. De Leeuw werd bijgestaan door een muzikant op
akoustische gitaar.
Het was een mooi, kleinschalig en bijna intiem optreden;
toch ging ik er met een leeg gevoel vandaan. Had ik meer Tröckener
Kecks verwacht? Had ik wellicht hoop dat ik wat terug had kunnen
krijgen van wat geweest had kunnen zijn? Alsof ik vijfentwintig jaar
later had kunnen vervangen wat ik toen heb gemist.
Tijd staat niet stil; tijd loopt voorwaarts, niet
achteruit. De dingen die we nooit gedaan hebben, kunnen we niet meer
invullen. Het is geen blanco blad papier dat je alsnog kunt
inkleuren.
Ik sliep onrustig, was vroeg wakker, met verwarde gedachten.
Halverwege vandaag klonk het einde van een songtekst in
mijn hoofd. De laaste strofe van Kijk niet om, van het album Het grote
geheim van de Kecks.
Kijk niet om
Naar wat er niet meer is
Kijk niet om
Kijk om je heen
Kijk niet om
Naar de schaduw
Van de dingen die je mist
De zon schijnt
Waar geen schaduw is
Kijk niet om
8 juni 2026,
Steven Verhelst
Wereldfietsdag
Gisteren was het
wereldfietsdag. Om het voortbewegen met de fiets te stimuleren. Want
het is goed voor het lichaam en beter voor het milieu dan de auto.
In Leuven waren er geen activiteiten rond de
wereldfietsdag, geen stickers die werden uitgedeeld, geen grafitti met
'bedankt fietser', geen geen confetti dat bij oversteekplaatsen werd
uitgestrooid. Maar dat hoeft ook niet; fietsen naar het werk is zelf al
de beloning.
4 juni 2026,
Steven Verhelst
Mini-museum
Onder de trappen die naar de ingang van het Vlaardings stadhuis leiden,
is een mini-museum over De Geuzen, de verzetsgroep die in aan het begin
van de Tweede Wereldoorlog opgericht werd door onder andere de in
Schiedam woonachtige Bernard IJzerdraat en de Vlaardinger Arij Kop. Zij
waren twee van de achttien die in 1941 geëxecuteerd werden op de
Waalsdorpervlakte, en onsterfelijk gemaakt in
Het lied der achttien doodenvan Jan Campert.
Vanaf het deurtje van het mini-museum leiden donkere
vlakken richting het Geuzenmonument. Samen met mijn dochter liep
ik van het museum naar het monument. We telden de vlakken - het waren
er achttien.
Ik stond even in de zon en dacht na over de onzin van
oorlog. Daarna keerde ik mij om en liep terug naar het stadhuis, waar
mijn broer zou gaan trouwen. Want er zijn gelukkig ook nog leuke dingen
in de wereld.
2 juni 2026,
Steven Verhelst
Smalste huis van Vlaardingen
Toen ik vorige week bij het Vlaardingse stadhuis op de Markt aankwam,
kon ik het niet laten om even naar nummer 19 te wandelen: het smalste
huis van Vlaardingen.
Ooit woonde dichter Lévi Weemoedt hier.
Eerder die dag had ik nog over de Westhavenkade gelopen, en dacht aan het volgende gedicht van Weemoedt.
Vlaardings roem
Geen haringbuis, geen kotter en geen botter
geen logger en geen stoomfiets, ach, geen fluit
zag ik vanavond op de stroom.
'k Zat aan de Doodsrivier. Slechts een condoom
dreef goedgemutst het zeegat uit.
1 juni 2026,
Steven Verhelst